Mijn foto's: pagina's 1  2  3  4  5  6  7  8
Mijn verhaal in woorden: pagina's
A  B  C  D  E  F

Mijn verhaal pagina A


Op deze pagina's neem ik je in woorden mee op een leuke wandeling die ik in 2002 heb gemaakt.
Het gedicht hieronder was de leiddraad van deze tocht en ook van mijn leven,
want ik kreeg precies waar ik om vroeg, bewust of onbewust.

Ik vroeg, ik kreeg ....
I
Ik vroeg om kracht en ik kreeg .....
moeilijkheden om me sterk te maken.

Ik vroeg om wijsheid en ik kreeg .....
problemen om me te leren ze op te lossen.

Ik vroeg om moed en ik kreeg .....
angsten om te overwinnen.

Ik vroeg om liefde en ik kreeg .....
mensen met moeilijkheden om ze te helpen.

Ik vroeg om rijkdom en ik kreeg .....
hersens en spieren om mee te werken.

Ik vroeg om gunsten en ik kreeg .....
kansen.

Ik kreeg niets waar ik om vroeg .....
ik kreeg alles wat ik nodig had.

                                  dichter onbekend


Ik begon op 6 mei in Lourdes en via de PyreneeŽn wandelde ik, samen met m'n rugzak en strohoed
via Santiago de Compostela naar de kust bij Cabo Fistera. Op de kaart dus van rechts naar links.
Men zegt dat dit de pelgrimsroute van de AtlantiŽrs was en dat ze vanaf de kaap keken naar
hun verzonken moederland. Ik kwam daar aan op de langste dag en was blij met wat ik had gedaan.

De meeste foto's zijn van mijn wijsvinger, een stuk of dertig heb ik per mail gekregen van Bob,
een verstokte wandelaar uit de VS en een paar van andere pelgrims of van toeristen.
Ook zie je af en toe een prachtige aquarel van Jo, een Engelse dame die samen met haar man Eric en hun theepotje naar Santiago gingen. Zij lokten Mike mee in dit avontuur.

Op de pagina's van het fotoverslag tref je alle foto's aan in een redelijk groot formaat maar hier mijn verhaal.

Aanleiding
In oktober 2001 legde ik in de bibliotheek, terwijl ik op zoek was naar leesvoer, m'n rechter wijsvinger op een boek en zei tegen mijzelf "dat doe ik ook". Wat doe ik ook? Ik pakte het boek van de plank en zag dat het een boek was van Shirley MacClaine, het heette "Voettocht naar Santiago de Compostela". Geen idee wat het was, maar de uitnodiging stond. Nadat ik het boek had verslonden, kwamen de kaarten op tafel en ging ik zoeken op Internet. Er was genoeg te zien en omdat de beslissing om te gaan al was genomen hoefde ik alleen maar te bepalen wanneer. Het voorjaar, dan is het daar op z'n mooist. Bij mijn huisarts in Markelo stond ik oog in oog met bovenstaand gedicht. Het was mijn thema tijdens het wandelen en het is mijn lijfspreuk sedertdien. Nu in iets andere bewoording:

Ik bestel, ik ontvang.

Voorbereidingen
De volgende stap was het verzamelen van de benodigde stuff, zoals een rugzak, slaapzak, wandelstok, regenjack, sokken, een hele waslijst van wat er mee moest. Gelukkig leerde ik een wandeluitdrukking die veel indruk op me maakte: "wat je thuis laat is mooi meegenomen", een waarheid als een baksteen. Ik vond bijna alles bij Bever in Enschede en kreeg daar ook een heleboel nuttige adviezen. Op de weegschaal bleek dat ik veel te veel mee wilde nemen en dus liet ik veel thuis. Ik zaagde de steel van m'n tandenborstel af, dat scheelde ook weer 4 gram. Douchegel, zeep voor m'n handen, wasmiddel en scheerzeep werden vervangen door 1 stuk zeep voor alles. Ook dat scheelde. Maar ik had vergeten dat 2 liter water en eten ook een paar kilo weegt.

De meeste pelgrims beginnen in St. Jean Pied de Port, maar in de reisgids die ik had gekocht stond ook nog een andere route, door een heel ruig gedeelte van de Spaanse PyreneeŽn over de Col du Somport. Dat leek me wel wat en om het compleet te maken besloot ik van de ene bedevaartsplaats naar de andere te gaan, dat werd dus Lourdes. De reisgids was nu mijn lievelingsliteratuur. Met veel kaartjes en beschrijvingen. Het begon te leven.

Op 5 mei vertrok ik per bus naar Zuid-Frankrijk met alleen m'n rugzak van 14 kilogram. Dat was voor de komende weken alles wat ik bezat. Twintig uur later stapte ik in Toulouse uit de bus en met de trein ging het verder naar Lourdes. De trein zat vol met kinderen die op weg waren naar een soort van schoolreisje, dus echt rustig was het niet in die trein. Het laatste stuk naar Lourdes was de trein erg leeg zonder kinderen. Daar wilde ik een dag rondneuzen, maar zo'n bedevaartsoord is niets voor mij. De clerus die de macht heeft, de vrijwilligers die tonen hoe goed ze zijn, de middenstanders die iedereen een poot uitdraaien en de gehandicapten die een vertwijfelde poging deden om hier te genezen.

Daarom wandelde ik wat in de omgeving en toen ik boven op een heuvel stond zag ik twee mensen met een grote rugzak richting westen lopen. Ik versnelde mijn pas en onderschepte ze op een kruispunt van paden. Het was een echtpaar van tegen de 70 die nog een keer hun Camino wilde lopen. Dit keer om helderheid te krijgen of mevrouw zich nog een keer zou laten opereren en bestralen, of dat het zo mooi genoeg was geweest. Ik was ontroerd. Zo maar uit het niets zei de vrouw tegen mij: "maak je geen zorgen, je krijgt altijd en overal een slaapplaats". Hoe kon zij nou weten dat dit eigenlijk mijn enige zorg was. Ik wenste ze een "bon Camino" en vertelde dat ik ze de volgende dag zou volgen.

Vertrek

Eerste stappen
Die volgende dag begon druilerig met motregen, maar dat hield al spoedig op. Het begon te gieten, uur na uur. Een fijn begin, maar ik was nog fris en monter en dacht dat het spoedig wel weer mooi Frans weer zou worden. Om een uur of twee belde ik bij een Frans huis aan en vroeg of ik van hun carport gebruik mocht maken om droog m'n boterhammen op te eten, maar dat mocht niet. Ik werd mee naar binnen genomen waar het gezin zat te eten en kreeg soep en een warme maaltijd. Na een tijdje vroeg de heer des huizes wat ik er van vond dat die politicus was vermoord. Ik wist nergens van en hij vertelde dat Pim Fortuyn was vermoord. Ik heb het aangehoord, maar het interesseerde me niet, want ik was in een andere wereld verzeild geraakt. De buitenwereld zou me 7 weken niet raken, ik was op weg naar mijn binnenwereld. Mijn bestelling werd geleverd.

Gastvrijheid
Aan het einde van de middag zag ik op een pleintje in Bruges een bordje met Chambres d'Hotes. Ik klopte aan, nog eens en nog eens. Ik wilde wel eens droog zijn want het goot nog steeds. Daarom pakte ik de deurkruk en de deur ging open. Ik kwam op een soort overdekte binnenplaats en legde mijn rugzak op de grond, net als m'n jas en hoed en meteen voelde ik me weer een beetje mens. Maar verder zag ik geen mens, dus maar op onderzoek uit en wat lawaai maken. En ja hoor, daar kwam om een hoek een mager gezicht met daarboven spierwit haar. "Welcome, feel yourselve at home. Be our guest." En weg was het gezicht weer. Ik er achter aan en ontdekte een lange magere Engelsman die onder de verf in allerlei kleuren zat voor een ezel en een doek met heel veel kleur. Het was een echtpaar, hij ex militair, dat zag je zo, en zij een kunstschilderes. Hij wilde ook schilder worden. Met z'n drieŽn dronken we een fles rode wijn leeg en vertelden wie we waren en wat onze wensen waren. M'n eerste overnachting was goed begonnen en na uitgebreid douchen ging ik eten in de kroeg aan de overkant van het plein. Ondanks 30 km wandelen en zo'n 8 uur onderweg had ik niet veel honger. Al die weken haalde ik meer energie uit mijn omgeving dan uit mijn eten.

Mijnheer pastoor
De volgende dag begon met slagregens die later overgingen in pijpestelen. De weg volgde slingerend de bergen en ik kwam geen kip tegen. De paraplu die ik in Lourdes had gekocht bezweek in een windvlaag en vanaf dat moment liepen de koude straaltjes langs mijn nek naar beneden. Onder mijn knalrode regenjack met Goretex was ik drijfnat van het zweet, want als je loopt produceer je klaarblijkelijk zoveel warmte en zweet dat het transport daarvan niet werkt. Maar zonder jas, wat ik ook probeerde werd je ijskoud van de regen. Dan maar liever zweet dat uit je mouwen loopt. Zo tegen lunchtijd kwam ik langs een bushokje en als ik helemaal in een hoekje kroop kon ik m'n stokbroodje droog opeten.

Om een uur of vier vond ik het welletjes en zocht in Arudy naar een hotelletje. Dicht, met vakantie. In de pizzeria ernaast vertelde men dat de pastoor twee straten verder woonde en dat die wel zou helpen met het vinden van een slaapplaats. Dat is het voordeel van een pelgrim, ook al gelooft hij niet. Maar het was alsof meneer pastoor het aan mijn neus zag toen hij op de eerste etage het venster opende. Hij zei meteen dat Arudy niet op de pelgrimsroute lag en dat hij niet van plan was me te helpen. In mijn beste Frans kon ik hem toch nog een warme en droge nachtrust toewensen voor het raam met een klap werd gesloten. Uiteindelijk was er in de pizzeria een dame die vertelde dat haar moeder een pension had en na aandringen was ze zowaar bereid me daar met haar auto naar toe te brengen. Het was maar 5 km verder. Echt vriendelijk was de landlady niet, maar wel prijzig. Ruim 2x zo veel als de vorige nacht, maar ik bedong dat ik om 6 uur kon ontbijten zodat ik weer vroeg op weg kon. Om 6 uur gebeurde er aan de andere kant van de deur niets, dus na douchen en tandenpoetsen probeerde ik de deur te openen, maar die zat op slot. Dan maar via het raam en zonder ontbijt de weg op. Voor de verandering regende het.

Ontvoerd
De hele dag liep ik in de regen. Aan het begin van de middag stopte er een auto naast me en werd me gezegd dat ik moest stappen. Ik weigerde omdat ik aan het wandelen was, maar na lang aandringen gaf ik toe en liet me naar Oloron brengen, waar ik een hotelletje vond. De dame die me meenam vertelde dat haar vader vroeger ook naar Santiago was gelopen en ze kende zijn belevenissen. In de stad ging ik op zoek naar een supermarkt, een postkantoor en een restaurant. M'n rugzak bevatte namelijk een heleboel dingen die ik niet nodig had, zoals een leren bushhead en wat kleren. Ballast die ik per post naar een bekende in Nederland stuurde. Onderweg zag ik een rivier die in een diepe kloof liep. Het was zo woest dat de golven op sommige plaatsen uit de kloof sprongen en straten overstroomden. Volgens de kelner had het in jaren niet zo veel geregend en op veel plaatsen waren overstromingen.

Laatste loodjes
De volgende morgen scheen de zon zowaar. Met de bus ging ik naar het plaatsje waar ik in de auto was gestapt en vervolgde mijn weg, nu naar het zuiden waar de PyreneeŽn voor me oprezen. Maar ik zag ze niet, want de regen die weer was gaan vallen beperkte het zicht tot een paar honderd meter. Na een paar uur brak de bewolking en liep ik tussen hoge bergen. Naast de doorgaande weg was een wandelpad op de flanken van de bergen, maar dat pad was levensgevaarlijk en onbegaanbaar. Overal modder en plassen, het was stijl en spekglad. Dus toch maar weer terug naar de grote doorgaande weg naar Spanje waar de vrachtwagens met grote vaart voorbij kwamen. Er was nauwelijks ruimte in de berm om uit te wijken. De weg steeg regelmatig, maar ging ook regelmatig weer naar beneden. Als dat zo doorging kwam ik nooit op de 1651 m van de Col du Somport. 
In de middag zag ik een leuk dorpje in het dal naast me, maar ik liep een heel stuk hoger. Dat was dus geen goede keuze. Voor me uit zag ik een kapelletje en het bleek dat daarnaast een echte pelgrimsherberg was gebouwd. Een prachtig gebouwtje dat met heel veel liefde was gemaakt en onderhouden en zelfs met mondvoorraad voor de laat aangekomen pelgrim. Het kapelletje was de eenvoud zelve met een heel bijzondere sfeer. Ik zat nu dus echt op het pad naar Santiago waar de pelgrim wordt geŽerd.

De volgende morgen begon meteen goed. Stukjes blauw tussen de wolken en slecht af en toe een bui. De bergen waren zichtbaar en voor me uit werd de Col du Somport zichtbaar, ruim 1000 meter hoger. De weg begon hier serieus te stijgen en mijn rugzak werd steeds zwaarder alhoewel ik veel water dronk. Naarmate ik steeg daalde de temperatuur, maar toch stroomde het zweet langs m'n pinken uit de mouwen van mijn jack. Gedachtes had ik niet, alleen nog maar: hoe lang nog, hoe ver nog. Af en toe een pauze om even van die loodzware rugzak bevrijd te worden.